
Bij mijn bestudering van het Bijbelboek Openbaring en het schrijven van een boek daarover, is mij opgevallen dat tachtig procent van de beelden van Openbaring (vanaf hoofdstuk 6) uit het Eerste (of Oude) Testament komt. Je kan en mag Openbaring daarom niet uitleggen zonder deze links te leggen en te verklaren.
Een sterk staaltje daarvan vind je in Openbaring 13 waar beesten beschreven worden die uit de zee komen, alsook uit de aarde, waar een (afgods)beeld van gemaakt wordt en waarbij 666 het getal van de naam van dat beest is.
Dit kan tot allerlei wilde speculaties en uitleggingen leiden, zoals bijvoorbeeld:
- Het beest is de Rooms Katholieke kerk.
- Het beest is een schaduwregering van globalisten die de macht in de wereld overneemt.
- Het 666 verwijst naar de streepjescode op producten in de winkels.
- Wij krijgen allemaal een chip onder de huid zonder welke niemand kan kopen of verkopen.
- Corona is de voorloper naar het teken van het beest dat iedereen gedwongen krijgt.
Het probleem hierbij is dat de link van Openbaring 13 naar het Eerste Testament genegeerd wordt. Want er bestaat namelijk een spiekbriefje voor de betekenis van Openbaring 13 en dat is te vinden in Daniël 7.
Kijk maar.
- In Openbaring 13:1 komt er een beest uit de zee. In Daniël 7:3 komen er vier dieren uit de zee.
In Daniel 7:23 staat ook nogal expliciet dat het vierde dier het vierde KONINKRIJK op aarde zal zijn. Dus een beest uit de zee is een koninkrijk. - In Openbaring 13:2 staat dat het beest leek op een PANTER, poten had als van een BEER en de muil had van een LEEUW. In Daniël 7:4-7 staat dat het eerste dier een PANTER was, het tweede een BEER, het derde een LEEUW en het vierde ongespecificeerd is.
Het beest uit de zee van Openbaring 13 moet daarom het vierde dier van Daniël 7 zijn. - In Openbaring 13:11 komt er een beest uit de aarde. In Daniël 7:17 staat dat die vier dieren terwijl zij uit de aarde komen vier koningen (of koningschappen) zijn.
Dit betekent dat Openbaring 13 doorgaat waar Daniël 7 gestopt was. Daniël 7 en Openbaring 13 zijn twee kanten van dezelfde medaille. Het zijn twee hoofdstukken van hetzelfde verhaal, die bij elkaar horen en elkaar opvolgen. Je mag het ene niet uitleggen zonder het andere.
Door te vergelijken met Daniël 7, kunnen we begrijpen dat een beest dat uit de zee komt een KONINKRIJK is. Dat datzelfde beest dat uit de aarde komt, een KONINGSCHAP is. En dat een levend afgodsbeeld dat van dat beest gemaakt wordt en alle macht van dat koninkrijk vertegenwoordig, dan de specifieke koning (of keizer) is die regeert op een bepaald moment over dat koninkrijk.
De meeste (christelijke/evangelische) uitleggers zijn het er wel over eens dat de vier dieren van Daniël 7 respectievelijk het Babylonische, Perzische, Griekse en Romeinse Rijk zijn. Google het maar. Dat het beest in Openbaring 13 dan samengesteld is uit panter, beer en leeuw, betekent dat deze samengesteld of voortgekomen is uit het Babylonische, Perzische en Griekse Rijk, of deze opgeslokt heeft. En dat is wat het Romeinse Rijk deed. Het is voortgekomen uit die voorgaande rijken en heeft hen zowel qua grondgebied als cultuur en ontwikkeling overgenomen en overtroffen.
Met andere woorden, door Daniël 7 naast Openbaring 13 te leggen, kunnen we dus eenvoudig concluderen dat het beest van Openbaring dat uit de zee komt, het Romeinse Rijk is. Ja, je leest het goed. Moeilijker dan dit is het niet.
Het beest dat uit de aarde komt is dan het goddelijk geachte keizerschap van dat Romeinse Rijk. En het levende afgodsbeeld dat godslasterlijke taal spreekt is de specifieke keizer van dat moment, wiens beeltenis op alle gouden, zilveren en koperen munten afgebeeld werd, zonder welke niemand iets kon kopen of verkopen. En die op straffe van de dood aanbeden moest worden als godheid.
En als zeven het heilige getal is van de drie-enige God, dan is het ‘getal’ van deze heidense godheid en keizercultus drie keer zes, het getal van een mens. Die goddelijk geachte keizer is dus – ondanks dat hij het Lam imiteert door net te doen alsof hij god op aarde is – slechts een mens van een menselijk koningschap en een menselijk koninkrijk.
Nu weet ik wel dat als reactie op deze prachtige Bijbelse eenvoud, de uitleggers van meer exotische leringen met hele ingewikkelde ja-maars willen komen. Maar dat kan je alleen maar doen als je het verband met Daniël 7 negeert. En dat mag dus niet. We zullen daarom de grotere uitleg van de dingen die nog komen gaan aan moeten passen aan deze eenvoudige Bijbelse waarheid en niet andersom.
Ook interessant!
het teken van het beest
Als het over het teken van het beest gaat, dan lees je dat eigenlijk ALTIJD in combinatie met het aanbidden van het beest of zijn beeld (Openbaring 14:9, 14:11, 16:2, 19:20, 20:4). Het krijgen van het teken van het beest kan je daarom niet losmaken van het aanbidden van het beest of zijn beeld. Ofwel: door het beest of zijn beeld te aanbidden, krijg je het teken van het beest. In de tijd van Johannes betekende dat: door de keizer als god te aanbidden, of door Roma de godin-hoer, die het Romeinse Rijk representeerde, te aanbidden, aanbid je in werkelijkheid de geestelijke vader van deze valse religie, de duivel. Daarmee wordt je geestelijk gemarkeerd met een teken op je rechterarm of voorhoofd, zoals men in die tijd gladiatoren of slaven ook wel brandmerkten om aan te geven wiens bezit zij waren. Het ontvangen van het teken van het beest betekent dat je gebrandmerkt wordt als het bezit van de duivel.
Wij hebben geen Romeins Rijk meer in onze tijd met de bijbehorende keizercultus, maar we kunnen eenvoudig de vertaalslag maken: door atheïsme, valse religie of bijvoorbeeld jezelf tot god te verheffen kan je net zo goed gebrandmerkt worden als het bezit van satan. En dan moeten we ook even helder stellen dat het gebruiken van betaalmiddelen, smartphones of zelfs een chip onder de huid niet gelijk staat aan het aanbidden van de duivel. Alhoewel ik om duizend andere redenen niet zou adviseren een chip onder de huid te nemen.
preterisme
Overigens – voor wie al een beetje ingewijd is in de uitleg van Openbaring – dat hoofdstuk 13 in eerste instantie over het Romeinse Rijk gaat, wil nog niet zeggen dat ALLES van Openbaring alleen maar de eerste eeuw betreft. Dat is het zogenaamde preterisme.
Daartegenover staat het futurisme, wat zegt dat ALLES van Openbaring nog in de toekomst ligt en nog staat te gebeuren vlak voordat Jezus terug komt.
In Handelingen 1:6 vragen de leerlingen aan Jezus: Heere, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen? Jezus bestraft hen dan niet door te zeggen dat zij dit verkeerd zien, dat het Koninkrijk voor Israël helemaal niet hersteld zal worden. Of dat zij dat geestelijk moeten zien of wat ook. Jezus antwoordt dat het niet aan hun is om te weten. Jezus BEVESTIGD daarmee dus dat het Koninkrijk voor Israël hersteld zal worden.
Vervolgens zeggen de engelen tegen de leerlingen, nadat Jezus aan het oog onttrokken is door wolken, dat Hij net zo zal terugkomen als Hij weggegaan is. Dat is dus fysiek op de Olijfberg. En niet geestelijk bij de val van Jeruzalem of zoiets.
Aangezien het Koninkrijk voor Israël nog niet hersteld is en Jezus nog niet fysiek teruggekomen is, is nog niet alles van Openbaring al uitgekomen. En daarom moeten we concluderen dat Openbaring over de GEHELE periode spreekt tussen Jezus’ eerste en tweede komst. Zowel preterisme als futurisme zitten er naast.
Drieënhalve tijd
Het beest van Openbaring 13 werd gegeven om tweeënveertig maanden grote woorden en godslasteringen te spreken. Tweeënveertig maanden is drieënhalf jaar.
Diezelfde uitdrukking komen we tegen in Openbaring 11:2 waar ‘de afgodenvolken (letterlijk heidenen) Jeruzalem tweeënveertig maanden zullen vertrappen’. Het vertrappen van Jeruzalem is een referentie naar de verwoesting van Jeruzalem en de tempel in het jaar 70.
Na deze verwoesting moet twee getuigen of profeten van God twaalfhonderdzestig dagen in rouw profeteren. Dat dat in rouw is, is niet zo verwonderlijk, want Jeruzalem en de tempel zouden verwoest worden. Dat er geen regen valt in 11:6 is een verwijzing naar Elia en dat water in bloed veranderd in is een verwijzing naar Mozes. Mozes en Elia kunnen gezien worden als de representanten van het volk Juda en Israël van het Eerste Verbond. Jezus is de representant, die het stokje van hen overneemt van het Tweede of Nieuwe Verbond.
Twaalfhonderdzestig dagen is drieënhalf jaar bij maanden van dertig dagen.
In Openbaring 12:6 wordt ook gesproken over twaalfhonderdzestig dagen, dat de vrouw die het Kind verwekte in bescherming genomen moest worden in de woestijn. In de woestijn betekent NIET in Jeruzalem. Het is beeldspraak voor diaspora.
In Openbaring 12:14 wordt precies diezelfde periode van het in bescherming nemen van de vrouw aangeduid als drieënhalve tijd.
Met andere woorden: drieënhalve tijd, tweeënveertig maanden en twaalfhonderdzestig dagen zijn allemaal verschillende manieren om eenzelfde tijdsperiode aan te duiden.
Maar waar komt dit vandaan? Wel, het komt uit Daniël. In Daniël 7:25 wordt gesproken van een periode van drieënhalve tijd gedurende welke het Joodse volk overgeven zal worden in de handen van de elfde hoorn (keizer) van het vierde beest (Rome). Als Julius Caesar gerekend wordt als eerste keizer van het Romeinse Rijk (wat geschiedkundigen van de oudheid deden) dan is de elfde keizer Titus. Het was Titus die (terwijl zijn vader keizer was) Jeruzalem verwoestte.
In Daniël 12 krijgt Daniël antwoord op de vraag hoe lang de afschuwelijk periode voor zijn volk zal duren.
Na een vastgestelde tijd, vastgestelde tijden en een helft, wanneer Hij er een einde aan gemaakt zal hebben om de macht van het heilige volk stuk te slaan, zal er aan al deze dingen een einde komen. Daniël 12:7b
Het einde van de drieënhalve tijd zal zijn wanneer God een einde gemaakt zal hebben aan het stukslaan of breken van de macht van het heilige volk.
Wanneer kwam er een einde aan het stukslaan van de macht van Israël? In 1948 toen Israël weer een natie werd op een deel van haar oorspronkelijke grondgebied.
Het begin van het stukbreken van de macht van Israël was in het jaar 70 toen Jeruzalem werd verwoest, de tempel er niet meer was en dus ook de gehele tempeldienst ten einde was gekomen en Israël niet langer een natie was.
In Daniël kan de periode van drieënhalve tijd gezien worden als de periode dat Israël niet als natie bestaat.
Openbaring gebruikt dezelfde term en ook in Openbaring kan deze periode gezien worden als de gehele tijd vanaf het jaar 70 dat Israël niet als natie bestaan heeft.

Openbaring 11
In Openbaring 11:5 wordt gesproken van vuur dat uit de mond van de twee profeten komt, dat hun vijanden doodt.
Dit lijkt verdacht veel op het zwaard dat uit de mond van de ruiter op het paard komt in Openbaring 19:15. Daar gaat het duidelijk over Jezus als Messias die bij zijn terugkomst zal oordelen. Het zwaard uit Jezus’ mond is niet letterlijk een zwaard, maar een referentie naar het Woord van God dat een tweesnijdend zwaard is. Net zomin moeten we denken dat het vuur uit de mond een soort menselijke vlammenwerper zal zijn. Ook dat moeten we opvatten als een beeld van het Woord van God en de geestelijke strijd die er gaande is in de wereld.
Maar dit betekent dat er in Openbaring 11 behalve een referentie naar Elia en Mozes is, er ook een referentie is naar Jezus als het Woord van God.
Sterker nog: die twee getuigen profeteren net zolang als Jezus publiekelijk optrad: drieënhalf jaar. Zij worden gedood net zoals Jezus. Hun lichamen liggen in Jeruzalem, net zoals Jezus in Jeruzalem begraven lag. Zij staan op uit de dood, net zoals Jezus opstond en vervolgens varen zij ten hemel net zoals Jezus.
In Openbaring 11 word een samenvatting gegeven van het leven van Jezus, maar het gaat niet over Jezus, het gaat over Elia en Mozes als representanten van Israël. Het verhaal begint met de verwoesting van Jeruzalem en het eindigt met de zevende, dat is de laatste bazuin. De laatste bazuin is als Jezus terugkomt.
Dus wat is hier aan de hand? Ik denk dat Openbaring 11 een parabel is waarbij het leven van Jezus vergeleken wordt met de geschiedenis van het Joodse volk van het jaar 70 tot de terugkomst van Jezus.
En dan moeten we ons afvragen: is het Joodse volk dan al weer opgestaan? Jazeker. Dat was in het jaar 1948.
Als 1948 de (fysieke) wederopstanding van het Joodse volk als natie was, wat was dan hun dood vlak daarvoor? Het antwoord moet zijn: de holocaust. Hitker heeft geprobeerd het Joods volk uit te roeien. Maar hun vernietiging heeft God gebruikt om hen als natie weer op te doen staan. Net zoals God Jezus’ dood heeft gebruikt om ons geestelijk tot leven te wekken.
Dit verwijst ook naar Ezechiël 37 waar de dorre doodsbeenderen als eerste weer vlees krijgen en als tweede adem ingeblazen krijgen om tot leven te komen. Dit kan je zien als een fysiek tot leven komen en een geestelijk wederopstanding. Het eerste hebben we al gehad en het tweede is een proces dat gaande is.
Als je dit kunt zien, dan zie je ook dat we in de laatste fase van openbaring 11 terecht gekomen zijn. Het zal niet meer zo heel lang duren voordat Jezus terugkomt.

Maranatha!
Peter Scheele studeerde Elektrotechniek aan de TUE en theologie aan de Bijbelschool te Heverlee. Hij maakte tv-programma’s voor de EO in de jaren negentig, publiceerde boeken over evangelisatie, evolutie en recentelijk over Openbaring, Hosea en Zacharia. Hij was 23 jaar getrouwd, is nu 16 jaar gescheiden, heeft drie getrouwde kinderen en is de trotse opa van acht kleinkinderen met de negende op komst.