
In dit artikel wil ik enkele woorden ter overdenking en verdieping schrijven over het onze Vader, wat ook wel gebed des Heren wordt genoemd. Om te beginnen kunnen wij dit gebed zowel vinden in Mattheus (Matth. 6:9-13) als in Lucas (Luc. 11:2-4), de tekst die in Lucas is overgeleverd is korter dan die uit Mattheus het is dan ook deze uit Mattheus die wordt gebruikt. Wanneer we kijken naar de context waarin Mattheus dit heeft opgetekend dan zien wij dat er vooraf een korte catechese plaats vind dat ons laat zien wat bidden niet is. Bidden doe je niet om gezien te worden, wanneer je bid dan is er net zoals in een liefdesrelatie discretie nodig, desondanks kunnen wij dit gebed samen met anderen bidden. We kunnen hoe dan ook vaststellen wat bidden niet is: praatzucht. Wanneer wij bidden met bekende gebedsformules kunnen wij met onze gedachten ergens anders zijn, zo hoort dit niet. Het is belangrijk dat de relatie die wij met God hebben in onze ziel gegrift staat. Hierbij kunnen wij aan de Regel van Benedictus denken die luid: ‘mens nostra concordet voci nostrae’ – wat betekend: ‘onze geest moet zich bij de klank van onze stem voegen’.
Terwijl Mattheus het onze Vader begint met een korte catechese staat het in Lucas in een andere context. Toen Jezus op weg was naar Jeruzalem ging Jezus ergens heen om te bidden. Toen Jezus ophield kwam één van zijn leerlingen naar Hem toe en vroeg: Heer, leer ons bidden. Jezus bidt en hierdoor kwam het verlangen van de leerlingen dat hij hen dat ook zou moeten leren. Dit is kenmerkend is voor het boek Lucas. Er word veel aandacht besteed aan het gebed van de Here Jezus. Belangrijke gebeuren vinden plaats in de context van het gebed: belijdenis van Petrus (Luc. 9:19), de gedaante verandering van Jezus (Luc. 9:28).
Onze Vader die in de Hemel zijt
Het gebed begint bij onze Vader. Voor ons is het een troost en onze verlossing dat wij Vader mogen zeggen. Dit is mogelijk omdat Jezus onze broeder was en ons de Vader heeft laten zien; door Jezus zijn wij kinderen van God geworden. Wanneer wij beter kijken naar de boodschap die Jezus bracht over de Vader dan zien wij dat deze tweeledig is. God is onze Vader omdat Hij ons geschapen heeft en omdat Hij ons geschapen heeft behoren wij Hem toe. De Bijbel verteld dat God ieder mens individueel geschapen heeft. Als mens ben je op een bijzondere manier kind; je bent een beeld van God.
Ten tweede, Jezus is het beeld van God. Met het scheppen van de mens keek God al vooruit naar Christus, “de nieuwe Adam”, de maatstaf voor iedereen. Jezus is de eigenlijke Zoon en is hiermee één met de Vader. In ons leven ontwikkelen wij ons ook als kinderen van God door een steeds diepere gemeenschap met Jezus.
Uw naam worden geheiligd
De eerste bede doet ons denken aan het tweede gebod van het decaloog; gij zult de naam van de Heer, uw God niet zonder eerbied gebruiken (Ex. 20:2-17, Deut. 5:6-21). Maar wat is God zijn naam? God zegt van zichzelf; Ik ben die is (Ex. 3:14). Wat God hier zegt is een naam en tegelijk ook niet. De naam die God heeft werd in Israël (JWHW) nooit uitgesproken. Het is een mysterie en geheim van God.
Niettemin heeft god ons zijn naam bekend gemaakt. Wanneer je iemand zijn naam kent kun je hem aanspreken of roepen. Het maakt dan mogelijk om een relatie aan te gaan met zo iemand. Zo is dit ook met God; God maakt het mogelijk een relatie te hebben met Hem en Hem aan te roepen.
Uw Rijk komen
Bij het bidden dat Zijn rijk moet komen, erkennen wij dat waar God niet is, niets goed kan zijn. Waar geen rekening gehouden wordt met God daar raken de mensen en de wereld in verval. Het rijk Gods betekend, heerschappij van God. Dit houdt in dat hetgeen wat God wil als maatstaf wordt genomen. Wanneer wij dit bidden dan moeten niet wijzelf heersen maar God in ons. Zijn wil brengt rechtvaardigheid tot stand. Wanneer Jezus ons leert bidden van uw rijk en niet de onze, dan bedoelt Hij dat wij prioriteiten gaan stellen in ons handelen. Wij moeten dan net zoals koning Salomo vragen om een opmerkzame geest (1 Kon. 3:9, 2 Kron. 1:11). Het bidden om deze geest is een gebed om één te zijn met Jezus.
U wil geschiede op aarde zoals in de Hemel
Waar Gods wil geschiedt daar is de hemel, de aarde wordt de ‘hemel’ wanneer daar Gods wil geschied. Maar wat is Gods wil? Hoe kennen we die? De Bijbel gaat vanuit dat de mens diep in zichzelf weet wat Gods wil is, dit is ons geweten (Rom. 2: 15). Met de tijd is dit op de achtergrond geraakt, daarom heeft God opnieuw tot ons gesproken en de kern kunnen wij vinden in de tien geboden die ons zijn gegeven op de berg Sinaï. In de bergrede heeft Jezus deze geboden niet opgeheven of tot een oude wet gemaakt, maar ontvouwen waardoor zij meer licht geven. Wanneer Jezus spreekt over de wil van God en de hemel waar die wil geschied dan neemt Hij daar zelf een centrale plaats in. Deze bede laat zien hoe Jezus één wil worden met de wil van de vader. Zo kunnen wij denken aan de worsteling die Jezus had op de olijfberg. Mijn vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals ik wil, maar zoals u wilt (Matth 26: 39-42).
Geef ons heden ons dagelijks brood
Jezus zegt dat wij ons niet bezorgt moeten maken om wat wij zullen eten of drinken om in leven te blijven (Matth. 6:25). Toch mogen wij Hem vragen om ons dagelijkse voedsel. Het gebed om dagelijkse voedsel laat ons verder kijken dan alleen brood voor vandaag. Het woord dat hier met dagelijks is vertaald is het Griekse ‘epiousios’ dit woord komt zelden ergens anders voor. Het kan betekenen ‘dat wat nodig is om te bestaan’. Dan luid de bede: geef ons heden het brood dat we nodig hebben om te kunnen leven. De andere vertaling luid dat in de toekomst ligt of dat voor de volgende dag is. Het bidden voor de toekomst is nuttig als er gebeden wordt voor het ware toekomstige brood. Hiermee krijgt deze bede een eschatologische betekenis. De Heer schenkt ‘nu’ het brood van de toekomst, het brood van de nieuwe wereld – zichzelf. Het verwijst naar de nieuwe wereld waarin de logos – het Woord van God – ons brood en voedsel van het eeuwig bruiloftsmaal zal zijn. De radicale navolging van de de eerste discipelen die afzagen van wereldse bezit, voor hen was de messias kostbaarder dan al de schatten die Egypte ‘de wereld’ hen kon geven (Hebr. 11:26). Met deze woorden komt ook de einde der tijden in beeld, de toekomst is belangrijker dan het heden.
En vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven
Iedere schuld tussen mensen betekend dat op één of andere manier de waarheid en de liefde in gedrang komt en hiermee ook God die de liefde en waarheid is. Wanneer iemand schuld heeft dan vraagt dit om vergelding; een straf. Maar met deze bede zegt de Heer ons: dat schuld alleen overwonnen kan worden door vergeving en niet door te straffen. God is een God die vergeeft, maar zijn vergeving kan alleen werkzaam in ons zijn wanneer wij ook in staat zijn om anderen te vergeven. Wij kunnen ons nu afvragen wat vergeven is? Het is meer dan alleen doen alsof de schuld er niet meer is. Het is het slechte dat je overkomen is te boven komen en als ware van binnen verbranden en verbannen en hiermee zowel jezelf als de ander vernieuwen door deze reiniging en overwinning. Hier eenmaal beland komen wij bij het kruis van Christus. Op onszelf hebben wij niet genoeg kracht om dit kwaad te overwinnen. Maar om dit kwaad te overwinnen moeten wij heel ons hart op het spel zetten en zelfs dat is niet genoeg, pas wanneer wij vereend zijn met Hem die onze lasten heeft gedragen. Ten diepste laat deze bede ons zien waar het om draait. Onze dankbaarheid tonen aan Hem die alle last en lijden van het menselijke bestaan heeft genomen en die de dood op het kruis heeft willen ondergaan. Hij roept ons op door dit gebed het kwaad door liefde te overwinnen.
En leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade
Sommigen vinden het moeilijk om te bidden: en leid ons niet in bekoring. God leid ons toch niet in bekoring? Als antwoord hierop: de beproeving, bekoring komt van de duivel. Ook Jezus heeft deze in zijn leven meegemaakt, in de woestijn, de kruis, het nederdalen ter helle. Hij kan ons helpen in deze bekoring omdat hij deze proef heeft doorstaan. Wij kunnen dit ook zien in het verhaal van Job, God laat de mens nooit vallen maar stelt hem op de proef. Het verhaal van Job laat ons ook zien waarom wij worden beproeft. We worden beproeft om te rijpen, zoals de druiven moeten rijpen om wijn te worden. Zo worden wij beproeft om uiteindelijk er beter van te worden. God geeft ons nooit meer dan wij kunnen verdragen, het is dan ook in dit gebed dat wij ons kunnen keren tot God met de hoop en kern van ons geloof: red ons, verlos ons, bevrijd ons. We vragen aan de Vader om bescherming tegen het kwaad, wanneer God ons deze bescherming geeft dan kunnen wij alles weerstaan en zijn we beschermt tegen alles wat de duivel en de wereld kunnen doen.
Kasper Koekenbier is Jongerenpastor voor stichting JOPIN en freelance theoloog